De Heerdgong richt zich op de meest brede vorm van integraal natuurbeheer,  landschappelijke kwaliteit, betrokkenheid en de kennisoverdracht.

In samenwerking met, of in opdracht van de opdrachtgevers kan worden vastgesteld wat voor specifieke vegetatie gestimuleerd dan wel gefrustreerd moet, herstel of in evenwicht gehouden moet worden om tot duurzaam beheer te komen. Uiteraard  voorzover dat met gehoede  schapen een meerwaarde heeft

.

Duurzaam en ecologisch onderhoud kan ons inziens alleen plaatsvinden door het juiste gebruik van schapen: 1. Beweging en lichte beschadiging van delen van de ondergrond zodat planten soms gedeeld worden en zaden kunnen vrijkomen en kiemen. 2. het "recyclen"van dierlijke mest als voedingstof en het verspreiden van onverteerbare zaden. 3. Het spreiden van vegetatie (minder concentratie) en het licht aanstampen van de ondergrond en breken van plantendelen.  'Duurzaamheid' is, als er sprake is van extensieve inzet: dat betekent dat totale CO2 emissie neutraal moet zijn, of moet afnemen. Concreet komt dat neer op gelijke of mindere hoeveelheid schapen per ha dan in de GVE (Grootvee eenheid) staat aangegeven, en in praktijk komt het er op neer dat de hoeveelheid afvalstoffen geproduceerd door de schapen gelijk of minder is dan het oppervlakte levert. Dit proces kan met een schaapskudde aangepast worden aan zeer plaatselijke omstandigheden. 

 

Verrijking - Verschraling

Het is een vooroordeel, dat waar schapen grazen, de ondergrond verrijkt zal worden door mest. Als de omstandigheden het toelaten, of eenvoudig gecreëerd worden, kan een verschralingsproces net zo snel of soms sneller plaatsvinden. (afhankelijk van omgevingsfactoren). Door te werken met een gehoede schaapskudde vanuit inschaarpunten,  nachtopvangplaatsen, túnwaltsjes, spitbulten enz. zullen grote hoeveelheden mest op  opvangplaatsen  neerkomen, en zal de verrijking van die ondergrond alleen op die ene specifieke locatie  plaatsvinden.  In het begrazingsgebied zelf de zal  voeding onttrokken worden. 

Deze werkwijze is historisch authentiek. Maar ooit was deze functie andersom: niet de verschraling stond centraal, maar de noodzaak om mest op één locatie te verzamelen. Ook buitensporig mestverlies op de route (al dan niet geasfalteerd) blijft daardoor beperkter.

.

Ons werkgebied is de vegetatie groeiend op veenlagen, zeeklei, keileem en löss.   In o.a. Zuidwest-  en Midden Friesland zijn deze gebieden, die andere eisen stelt aan schapen(-rassen)  dan de arme zandgronden. Ook de keileem gebieden van Zuidwest Friesland en de kop van Noord Holland bijvoorbeeld zijn bij uitstek geschikt voor onze schapen. Er bestaan veel andere kleigebieden in Nederland en Europa waar de inzet van deze kudde mogelijk is, ook met koperhoudende aarde.

In dit gedeelte van Friesland spelen vogels meestal in het beheer een belangrijke rol. Schapen hebben enige invloed op het vogelbestand. Soms treedt er een grotere  bio-diversiteit op, soms zijn de effecten onduidelijk of beperkt verstorend.  Voor zeer extensieve begrazing in vogelbroedgebieden in tijden dat ook de grassen onderhoud nodig hebben, adviseren wij het gebruik van de "Herdwick" schapen, die ook beweid ingezet kunnen worden in kleinere groepen.

 

foto boven:een gedeelte van de kudde met 3 rassen samen. Daaronder: links een klein groepje Scottish Blackfaces, rechts Romanows. Beneden: de specifieke hoofden van de fameuze en zeldzame"Herdwicks"