
|
Een gescheperde of gehoede schaapskudde is in feite een hiërarchisch maar sociaal georganiseerd geheel: Aan de onderkant, en de grootste groep, zijn de schapen. Daarboven staan de honden, en daarboven de herder. De herder heeft zowel een hiërarchische band met de hond als met de schapen. De relatie tussen de schapen en de herder is echter voedselafhankelijk: met een blikje schapenvoer kan de kudde meestal gelokt worden. Maar in stressvolle-situaties zullen de schapen altijd eerst proberen te vluchten. Daar komt de snelheid en handigheid van schapenhonden in beeld: de hiërarchische situatie tussen honden en schapen zorgt er voor dat de schapen leren instinctief te reageren en te vertrouwen. Ze zullen zeer dicht bij elkaar gaan staan en een compacte groep vormen. De proces kan gestimuleerd worden door de honden en schapen op dit gedrag te trainen. De hele kudde kan dan willekeurig verplaatst worden. In feite worden instincten geprikkeld: niet het vluchtgedrag wordt gestimuleerd, maar het groeperen en vertrouwen. Schapenhonden kenmerken zich doordat ze aanleg hebben om niet recht op de groep schapen af te lopen, maar in een grote boog om de schapen heen, waardoor de groepering van de schapen wordt gestimuleerd. Schapen die uit de groep stappen worden dan vrij automatisch door de honden 'teruggeduwd' en weer in de kudde opgenomen.
Eén van de Herders omschreef het samenspel van natuur, schapen, honden en mens wel eens als een klassiek ballet dat qua ritmiek, klankkleur en harmonie hoort bij de door J.S.Bach geschreven Fuga's. ( J.S.Bach: Die Kunst der Fuge ) Commando's aan de hond worden door beweging, maar ook door geluid aangegeven, waarbij gekozen kan worden tussen een herdersfluit of de stem. De stem heeft meer dynamiek dan een fluit. Met de stem en intonatie kan de druk op de hond en schapen beter opgevoerd worden of afgeremd worden De kudde is volledig geconditioneerd op de herder en honden. Daardoor is er nauwelijks stress aanwezig bij de schapen en blijft de overlast van schapenstront beperkt. Zelfs het verschepen van schapen gebeurt heel rustig.
Wij werken met één of twee honden tegelijk. Daarbij maken we gebruik van de in de Angelsaksische traditie drijvende honden: Border Collies (oorspronkelijk afkomstig van noord Engeland en Schotland) en Kelpie (van oorsprong Australische veedrijver) , en één van de hoedende soorten honden van het Europese vasteland, de altdeutsche Hütenhund. We maken een verschil tussen 'hoeden' en 'drijven'. In de wedstrijdsport ligt vrijwel alle accent op het 'drijven' (verplaatsen) van schapen. Het verplaatsen van grotere groepen schapen vereist echter meer 'overtuigingskracht' van de honden. Daarnaast moet de kudde in het bijzijn van de honden eenvoudig tot rust kunnen komen waardoor de schapen gaan grazen ("hoeden").
Foto's: boven Zwartblessen, Herdwicks en Schotten. midden: een Herder met Scottish Blackfaces langs dijken in slecht weer.Daarnaast: Zwartblessen. Daaronder vlnr: onze Border Collie /Kelpie kruising, Kelpie en Border Collie. Onder: de strijd tussen een 'onwillige' ooi en hond, vaak aan het einde van de dracht of na het lammeren. |